Inzichten van Karolien Lecoutere

Karolien Lecoutere

Karolien Lecoutere

Wijkregisseur Muide Meulestede en Bloemekenswijk en medewerker dienst beleidsparticipatie Stad Gent

“Je hebt veel tijd nodig om cocreatieprojecten te doen. Wij merken dat een aantal inwoners afhaken als je meerdere jaren zeer intensief in een traject gaat. Niet uit gebrek aan interesse, maar omdat het veel vraagt van een mens. We moeten telkens blijven zoeken naar nieuwe figuren die we kunnen betrekken, met oog op het verbreden van de groep, zodat je niet vasthangt aan de pioniers. Ook als wij collega’s betrekken uit andere diensten is het soms een zoektocht. Voor hen komt dat er nog een keer bovenop, bij hun takenpakket dat al vrij vol zit.”

“Ik vind het een evidentie om als stad in te zetten op cocreatie. Ik denk dat we de opdracht hebben om voor de inwoners te werken. En ik ga ervan uit dat mensen die op een bepaalde plek wonen, een enorme expertise hebben over die plek, ongeacht hun achtergrond of opleiding. Uiteraard ga je hen betrekken, anders kom je met oplossingen waarover de inwoners niet tevreden zijn. Vaak wordt pure inspraak of een actiegroep die een proces aanspant ook al als cocreatie voorgesteld. Maar cocreatie is samen op een constructieve manier ideeën uitwerken.”

“Hoe kan je ervoor zorgen dat een cocreatieproject effectief een verhaal wordt waarbij je heel veel inwoners betrekt? Hoe kan je dat methodisch verbeteren om te vermijden dat we enkel met de mondige burgers in zee gaan?”

Bekijk de video

Wat is de rol van co-creatie binnen het traject dat jullie lopen in Muide Meulestede Morgen?

Muide Meulestede Morgen is wat mij betreft co-creatie pur sang. Omdat het ook zo gestart is: als een echte samenwerking langs beide kanten. Inwoners en stad die tot de conclusie komen dat hier iets nodig is, en dat ‘iets’was niet duidelijk. Samen zijn we tot de conclusie gekomen dat een conceptstudie wel een goed idee was om als instrument te gebruiken, en alle stappen die we verder gezet hebben, hebben we samen gezet. Een jury gaan opzetten, criteria bedenken, op basis waarvan gaan we een bureau inhuren.. Wat moet dat bureau dan doen..? Het traject met het bureau zelf: wanneer en wat gaan terugkoppelen? Dat zijn eigenlijk stappen dat we samen gezet hebben. Tot op vandaag zijn we samen verder op zoek hoe we vanuit conceptstudie de vertaling kunnen maken naar een stadsvernieuwings-project. Ook daar proberen we om alle stappen samen te zetten; ‘Hoe we dat project zullen aanpakken; wat we precies gaan doen; op welke manier we ervoor zorgen dat de hele wijk betrokken blijft/geraakt. Als ik 'we' zeg bedoel ik eigenlijk een aantal stadsambtenaren en een aantal inwoners. En via verschillende werkvormen proberen we dit telkens te verbreden.

Jullie project is begonnen bij een vraag/een bepaald probleem?

Langs de Stads-kant kwamen we bij Beleidsparticipatie en Stedelijke Vernieuwing tot de vaststelling dat heel wat stadsdiensten bezig waren met projecten te plannen voor de wijk, of dat die toch in de pipeline zaten. Maar die konden om allerlei redenen nog niet worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door een aantal lopende juridische procedures, waardoor de zaken ook soms lang duurden. Wij hadden het gevoel dat het goed zou zijn om een totaal-plaatje te krijgen. 

Bij de inwoners heerste het gevoel dat ze van alles hoorden maar dat het allemaal een beetje boven hun hoofd gebeurt. Een projectontwikkelaar die iets doet, de stad komt af dat met plannen… Maar we missen de lijn en we vragen ons af met wat er gaat gebeuren in de wijk, houd men wel voldoende rekening met een aantal dingen die wij belangrijk vinden? Bijvoorbeeld: wat betekenen nieuwe woonprojecten voor de huidige scholen? Voor de huidige mobiliteit? En moeten het wel allemaal woonprojecten zijn? Wijzelf zitten ook nog met een vraag rond sport bijvoorbeeld. Hoe kunnen we dat met elkaar verbinden zodat we een volledig plan krijgen? Op zo’n manier dat alle mensen die hier wonen, met al hun diversiteit, al hun verschillende achtergronden, het gevoel hebben dat zij daar ook kunnen toe bijdragen. Dus de groep die de vraag stelde deed dat vanuit constructiviteit, het was geen actiegroep, niet vanuit tegenstand. Eerder: ‘Wat kunnen we wél doen?’

Hebben jullie doorheen het project al een aantal zaken geleerd uit de ervaring?

Bijna dagelijks, wekelijks. Het is, voor mij althans, heel sterk zoeken naar hoe je een aantal zaken moet doen. Je zou bijna kunnen zeggen dat we een soort van Bond Zonder Naam zijn, we willen de hele wijk betrekken. Maar op welke manier doe je dat dan? Wat willen mensen zelf, wat interesseert er hen? Hoe moet je een aantal zaken verpakken om ze tot bij de juiste mensen te krijgen? Wat we hier nog uit leerden: dat je tijd nodig hebt om dit soort trajecten te doen, dat het zeer intensief is, ook voor de inwoners, wij worden er bij wijze van spreken nog voor betaald. Maar de inwoners steken daar héél veel vrije tijd in. We merkten ook op dat als je 2 jaar zeer intensief in een traject gaat, dat er een aantal inwoners afhaken. Niet uit gebrek aan interesse, maar omdat het veel vraagt van een mens. Het blijven zoeken naar nieuwe figuren binnen de wijk die kunnen betrokken worden, met oog op het telkens verbreden van de groep. Zodat je niet vasthangt aan de zeven pioniers. We hebben ook geleerd dat het niet altijd even gemakkelijk is om de zaken die belangrijk zijn te “hertalen” of vertalen naar een bureau. Dat het ook niet altijd mogelijk is om de dingen die je op papier hebt in een bestek, om die ook te halen. Goh ja, der zijn zoveel dingen. Maar ik denk dat ik het hierbij ga houden.

Wat bedoel je met ‘het vertalen naar een bureau’?

In die zin dat je op een bepaald moment beslist om in zee te gaan met een partner, om bijvoorbeeld die studie te doen. Maar die mensen hebben ook de tijd nodig om de realiteit van de wijk te leren kennen, terwijl dat dat voor jou ,vanuit beleidsparticipatie van inwoners, soms heel evident is. Dan was het ook even stilstaan bij de vraag of ik wel genoeg informatie had gegeven? 

Wij hebben zelf ook als stad heel veel tijd gestoken in overleg met de twee bureaus om een stuk af te stemmen, om wat voeling te krijgen met elkaar. Om duidelijk te maken wat we denken nodig te hebben.

Voor alle duidelijkheid: wij hebben heel goed met elkaar samen gewerkt. Maar zo’n bureau heeft ook zijn eigen logica en zijn eigen agenda, toch zeker als het gaat om bepaalde visies rond steden, stedenbouw bijvoorbeeld, waardoor het een beetje zoeken is. Maar uiteindelijk is dat ook wel goed gegaan. Voor het bureau was het ook een vaststelling dat het echt een intensief traject is en dat we ook wel tijd nodig hebben om tot een bepaald product te komen. Het is geen klassieke conceptstudie waarbij je eindigt met een stedenbouwkundig plan. Dat was het niet.

Waarom vind je het zelf belangrijk dat een stad (Gent) inzet op cocreatie?

Omdat dat de evidentie zelf is, maar dat is een persoonlijke overtuiging. Ik denk dat we als stad de opdracht hebben om voor de inwoners te werken. En ik ga ervan uit dat de mensen die op een bepaalde plek wonen, dat zij een enorme expertise hebben. Ongeacht hun achtergrond of opleiding. Over hoe die wijk gebruikt wordt, over hoe bepaalde ruimtes gebruikt worden. En het is enorm belangrijk om dat te kunnen vatten. Om op een goede manier stappen vooruit te kunnen zetten in een wijk met als doel verbetering van de levenskwaliteit in die wijk. Omdat dat de vraag is van die inwoners. En uiteraard ga je hen daarbij betrekken, anders kom je met oplossingen waarvan de inwoners niet tevreden zijn. Net zoals bij de oosterweelverbinding, dat vond ik wel een beetje grappig. Men heeft twintig jaar nodig gehad om te beseffen dat je eigenlijk het best cocreatief werkt.

Zijn er ook nadelen of eerder moeilijkheden?

Het kost tijd. Het is natuurlijk veel ‘interessanter’ om gewoon een planning te tekenen en die vervolgens uit te voeren. In het beste geval heb je geen procedure en kan je gewoon doordoen. Je zou kunnen zeggen: dat is een nadeel, je moet er tijd voor nemen. Je moet daar met alle stadsdiensten rond werken en erop voorbereid zijn. En zoals ik al zei bij beleidsparticipatie, worden wij letterlijk voor betaald om dit soort werk te doen. Als wij collega’s betrekken uit andere diensten, is dat nu nog een beetje zoeken want voor hen komt dat nog een keer bovenop hun takenpakket dat al vrij vol zit. Dus het is op een andere manier werken. Maar een stadsorganisatie moet haar ambtenaren binnen verschillende diensten ook die mogelijkheid, die ruimte kunnen geven om dit te doen.

Nog een nadeel, wat op zich eigenlijk geen nadeel is, is dat we nog altijd op zoek zijn. Hoe kan je ervoor zorgen dat cocreatie effectief een verhaal wordt waarbij je heel veel inwoners kan bij betrekken? Hoe ga je dat methodisch gaan verbeteren? Om te vermijden dat cocreatie zoiets wordt waarbij we enkel met de mondige burgers in zee gaan.

Vaak wordt pure inspraak ook al als cocreatie voorgesteld. Of een actiegroep die een proces inspant, dat is geen cocreatie. Het constructieve idee om samen ideeën uit te werken is er dan wel uit.

Terug naar de andere cocreanten