Inzichten van David Slosse

David Slosse

David Slosse

Stafmedewerker Communicatie - Dienst Beleidsparticipatie Stad Gent

“Voor mij gaat cocreatie een stap verder dan participatie. Of beter gezegd, het is een andere stap. Via participatie bieden we een forum aan inwoners over een onderwerp dat de stad zelf kiest. Het is dan aan de inwoners om al dan niet deel te nemen. Via cocreatie kijken wij naar wat burgers bezighoudt. Welke onderwerpen ze zelf aanbrengen. Vervolgens kijken wij hoe we daarmee om kunnen gaan. Hoe we kunnen ondersteunen of samenwerken zonder in de plaats te willen treden, te betuttelen of terrein af te nemen.”

www.stad.gent/gentse-raconteurs
www.stad.gent/bewonersacademie

Bekijk de video

Cocreatie kreeg de laatste jaren een grotere rol binnen mijn werk voor Stad Gent. Vele jaren zijn we actief geweest op vlak van inspraak en automatisch daardoor ook op vlak van mensen informeren. De laatste jaren is die actieve participatie en vooral ook cocreatie, er zeer fel bijgekomen. Dat op allerlei verschillende vlakken. En ik denk dat dit fenomeen veel te maken heeft met het feit dat mensen rondom hen kijken naar wat er gebeurt in de stad, en daarop willen inspelen. Hoe mensen hun betrokkenheid tonen tot hun stad en tot hun wijk. Betrokkenheid is voor mij een beetje een toverwoord. Hoe mensen zich daartoe verhouden, hoe ze dat invullen. Dan is het eigenlijk, als stad, een kwestie van hoe je daarop inspeelt, samen met de mensen.

We zitten nog steeds in een evolutie en ik denk dat we het einde daar zeker nog niet van gezien hebben. Dus het is heel fel bezig, steeds sneller ook. Het is ook moeilijk om het allemaal bij te houden. Er gebeurt steeds meer van onderuit, wat wij dan zo noemen. Enerzijds heb je die actieve participatie, waarvan ik dan denk dat de overheid een kader aanbiedt. Wij doen dat ook nog heel vaak. En het is dan aan de mensen om te participeren. Maar ik denk dat cocreatie toch nog een stap verder is. Allez verder, het is een andere stap. Waarbij je dan vooral kijkt naar waarmee de inwoners van de stad vooral bezig zijn. Met welke maatschappelijke evoluties komen zij aandraven. En om te bekijken of dat  nieuw is voor ons, hoe we daar mee om kunnen gaan. Hoe kunnen we  ondersteuning bieden of samenwerken met mensen, zonder daarvoor in de plaats te treden, te gaan betuttelen of terrein af te nemen.

Binnen mijn rol voor de stad denk ik dat er twee zaken zijn die ik wel wil aanhalen. Dat is enerzijds, al iets van rond 2010-11. Toen had ik gemerkt dat er in Gent, maar dat zal in andere steden niet anders zijn, heel veel mensen ook achter de schermen een betrokkenheid hebben tot hun wijk. In die zin dat ze bijvoorbeeld een website hadden over hun wijk, waar ze heel veel tijd in steken om dat goed te doen. En dat het ook een soort betrokkenheid is naar die wijk. Waarbij ze ook dingen willen verbinden met elkaar en de mensen informeren naar wat er allemaal aan het gebeuren is in die wijk. We hadden gemerkt dat het allemaal eilandjes zijn in de stad. Dat ze mekaar eigenlijk niet kenden. Dat ze ook niet wisten dat ze met zoveel waren die met hetzelfde bezig waren. Eind 2011 besloten om al die mensen bijeen te brengen om te kijken wat dat gaf. We hadden ook die websites uitvergroot en zo. Die mensen waren zeer aangenaam verrast. Ze hadden ook iets van “wow” met zoveel dat we daar mee bezig zijn, ieder op zijn manier. En zo is een lerend netwerk ontstaan. Rond websites en dan later ook sociale media. Onder de vorm van Facebookgroepen, Twitteraccounts en dan hebben wij er ook nog apps en 3D bijgebracht. Dan hebben we gemerkt dat dit toch een zekere dynamiek gaf.

Het tweede punt is dat mensen ook vaak geboeid zijn door verhalen uit hun wijk. Dat kan over allerlei leefdomeinen gaan. En daar zijn we nu mee bezig via “raconteurs”. We zoeken naar mensen die bereid zijn om op zoek te gaan naar verhalen over hun wijk. En om daar als een soort reporter die verhalen op te diepen in woord en in beeld. Met als doel om die verhalen aan de mensen uit de wijk terug te geven. En dat kan allerlei vormen aan nemen, van Podcast’s naar filmpjes naar portretten met citaten.

Dus dat zijn twee manieren van betrokkenheid, verhalen en websites en sociale media waar wij ook graag op inspelen. En ook graag mensen op uitdagen om daar iets mee te doen.

Ik denk dat het een grote uitdaging is om te zien dat je die club die je dan samenstelt probeert samen te houden. En dat je ook steeds nieuwe mensen kan werven die met dat onderwerp bezig zijn, dat vind ik een moeilijke. Omdat mensen al met zoveel zaken bezig zijn, dat zijn ook meestal zeer actieve burgers. En het is moeilijk om daar continuïteit in te steken. Het is ook moeilijk om die diversiteit open te trekken. We merken dat het toch vaak het verhaal is van de blanke, leeftijdsklasse tussen de 30 en 50, die daar mee bezig is. We zijn ook aan het kijken of we dat kunnen opentrekken. En dat geld ook voor die verhalen. Ik denk dat het ook een bepaalde groep aantrekt van nu vooral jonge burgers. En dat we die groep ook meer divers moeten krijgen.

Dat voorbeeld van die websites vind ik zeer belangrijk, omdat er veel van het werk achter de schermen gebeurt. Wij hebben ook wijksites. Elke wijk heeft zijn eigen website, maar dat is allemaal eenheidsworst vanuit de stad. En dat heeft zijn waarden omdat dat gaat over overheidscommunicatie. Maar daarnaast zijn er zo diverse, eigen websites. Die bewoners maken vanuit hun eigen ideeën, hun eigen invalshoeken. En ik vind dat we die verhalen moeten valoriseren.Dat zijn belangrijke dingen en we moeten dat ondersteunen. En met die verhalen vind ik dat ook belangrijk. Omdat we het altijd hebben over ingrepen in de stad. Zoals bij stadsvernieuwingsprojecten. We gaan even een fabriek slopen en daar een park plaatsen met wooneenheden. Maar ik vind dat je dat niet zomaar kan doen. Dat is vaak een plek van betekenis in een wijk of in de stad. En dan vind ik het belangrijk dat je die plek die zoveel betekenis heeft voor die mensen. Dat je die mensen die betekenis ook laat verwoorden. Dat je die betekenis een plaats moet geven op die nieuwe site. Dat je zo een stukje geschiedenis van die wijk of stad doorgeeft aan de volgende generaties. En we merken dat zij daar ook wel zeer veel interesse voor hebben. En dat ze dat dan ook naar waarde schatten.

Strikte voorwaarden om van cocreatie te spreken, hanteer ik niet. Wat ik wel belangrijk vind, is dat we oog hebben voor wat er daar op die plaats gebeurd in de stad. Dus dat we niet altijd ons eigen ding bedenken, zoals een zoveelste bijkomstige fonds of subsidie kanaal oprichten. Maar echt kijken naar wat er aan het gebeuren is en daarop inspelen.

En dan ook een belangrijke voorwaarde is dat we als overheid het niet volledig zelf op eigen houtje uitvinden. Maar samen, met de mensen die er mee bezig zijn, nadenken wat we er eigenlijk mee kunnen doen.

Dat is bijvoorbeeld met die verhalen ook zo. Die gebruiken wij tot nu toe vooral naar aanleiding van stadsvernieuwingsprojecten. Maar we merken nu dat die raconteurs die nu begonnen zijn. Dat zij zeggen dat ze liever rond iets anders willen bezig zijn en wij zien andere mogelijkheden.

Dat we dat dan ook loslaten.

Dus loslaten is zoals met kinderen opvoeden. Daar is het ook loslaten en kijken welke richting zij het ook aansturen.

Terug naar de andere cocreanten